Bruggenbouwer Gerrit van Aalst overleden
In dit artikel:
Gerrit van Aalst (1936–2024) is op 24 december overleden op 89‑jarige leeftijd. De Bommelse bruggenbouwer werkte decennialang bij Rijkswaterstaat en speelde een sleutelrol bij de realisatie van de Martinus Nijhoffbrug bij Zaltbommel (de “Bommelse brug”). Het interview in dit overlijdensbericht verscheen eerder in Rein van Willigen’s boek ‘Hallo…Hier Bommel!’ (2023) en biedt een overzicht van zijn loopbaan en persoonlijke leven.
Van Aalst groeide op in een bakkersfamilie maar koos na het hbs‑b en militaire dienst de technische richting en vervolgde zijn opleiding aan de hts in Dordrecht. Zijn eerste praktijkervaring deed hij in 1958 bij de brugbouw in Gorinchem. Kort daarna kreeg hij via het ingenieursbureau Nedeco de kans op een vierjarig project in Nigeria (begin jaren ’60), waar hij meewerkte aan een brug van ongeveer een kilometer over de Niger bij Onitsha. Die brug, deels beschadigd tijdens de Biafra‑oorlog, werd later hersteld en staat nog steeds.
In 1966 trad Van Aalst in dienst bij Rijkswaterstaat, waar hij zich ontwikkelde tot rayonchef Rivierengebied en projectleider. Op zijn palmares staan meerdere grote projecten: bruggen en viaducten tussen Papendrecht en Dordrecht, rotondes bij Deil en Gorinchem, de brug bij Empel en—als een van zijn meest zichtbare werken—de Martinus Nijhoffbrug. Voor die brug werden vanaf 1987 plannen gemaakt; de uitvoering koos men voor een tuibrug die aantrekkelijk en relatief voordelig bleek. Het project kostte circa 82 miljoen gulden (excl. btw) en de 990 meter lange brug werd eerder dan gepland op 18 januari 1996 opengesteld, terwijl de officiële opleverdatum 1 mei 1996 was. Van Aalst noemde de constructie met trots een persoonlijk hoogtepunt; zijn kleinkinderen noemden hem gekscherend de bouwheer van “opa’s brug”.
Technische toekomstbestendigheid was een belangrijk aandachtspunt: het wegdek en de inrichting zijn zo ontworpen dat aanpassingen — zoals het verplaatsen van vangrails — later eenvoudig mogelijk zouden zijn als er een tweede brug zou komen. De bruggenliefhebber relativeerde plannen voor extra oeververbindingen met humor en zei dat hij daar zelf niet meer aan zou meewerken. De verkeersdrukte illustreert de noodzaak geweest: waar in 1933 nog 90.000 voertuigen per jaar passeerden, lag het aantal in 2020 op ongeveer 146.000 per etmaal.
Van Aalst sloot zijn actieve loopbaan in 1999 af met de oplevering van de brug bij Vianen en ging op 1 januari 2000 met pensioen, na 39 jaar bij Rijkswaterstaat. Hij beschreef zijn werk als plezierig en teamgericht; ook in zware fases, zoals nachten doorwerken bij betonstorten, voelde hij zich sterk betrokken. Na zijn pensionering bleef hij actief als klusser, fietser en golfer en maakte hij veel reizen samen met zijn vrouw Riet, met wie hij in 1961 trouwde.
Het interview schetst Van Aalst als een praktische, nuchtere vakman met liefde voor techniek en voor zijn streek. Zijn arbeidsverleden laat een tastbare nalatenschap achter in de vorm van bruggen en infrastructuur die nog dagelijks intensief worden gebruikt.